dolpo

Consulaat van Nepal

Het Dolpogebied

 

 

Eind 1989 opende de Nepalese regering de grenzen van een district Binnen-Dolpo dat tot de interessantste gebieden van Nepal behoort.

 

Binnen-Dolpo grenst ten noorden aan Tibet, en behoort zowel cultureel, religieus als taalkundig tot deze gemeenschap. Het is een zeer droge steenwoestijn, praktisch zonder bomen en heel dun bevolkt ( 5.000 mensen). Zij bewonen dorpen op een hoogte van om en nabij de 4.000m en meestal gelegen aan de oever van een rivier ( water is zeer schaars en levensnoodzakelijk).

 

Het Dolpo gebied is verdeeld in vijf gebieden genoemd naar de belangrijkste rivieren of meren. De plaatsnamen verschillen heel erg van boek tot boek (of kaart), naar het geschreven is in het Nepalees, Tibetaans of een lokaal dialekt.

 

1° Tarap met als belangrijkste plaatsen Dho en Tok-Kyu

 

2° Nankhong of Namgung, met als belangrijkste plaatsen Saldang - Namgung - Namdo, hierbij hoort ook Shey- Samling Phijor hoewel verafgelegen langs de Sebu rivier.

 

3° Panzang: met als belangrijkste plaatsen Shimen - Ting-Kyu en Nyisal (Yangser klooster)

 

4° Barbung: met als belangrijkste plaatsen Charkha en Mu

 

5° Reng-Pungmo: met als belangrijkste plaatsen Phohsundo meer- Ringmo en Pungmo

 

Behalve de Barbungvallei zullen we al deze streken bezoeken.

 

Het Dolpogebied is een deel van het oude Tibet, en één van de laatste plaatsen waar de traditionele Himalayacultuur is bewaard gebleven. De legende zegt dat het een ba-yul of één van de verborgen valleien is die geschapenis door Guru Padmasambhava als schuilplaats voor devote Boeddhisten tijdens woelige tijden.Verborgen is wel het juiste woord om DOLPO te beschrijven. Geïsoleerd achter het Dhaulagiri-massief, afgesneden van het zuiden door enkele hoogtepassen die meer dan de helft van het jaar door sneeuw zijn afgesloten, ontvangt Dolpo weinig bezoekers.Zijn Tibetaans sprekende bewoners verbouwen sinds vele generaties boekweit, graan en aardappelen. Om hun magere inkomsten wat op te vijzelen, drijven ze handel met Tibet. Zij voeren over de hoge Himalayapassen graan naar Tibet en brengen zout terug mee wat zij weer inruilen tegen graan. Zij overleven door deze ruilhandel die zo oud is als de bergen zelf. Het overleven van dit volk is nauw gebonden aan de Yak die hun voedsel (boter, kaas, melk en vlees), wol (kleding, dekens en touw), brandstof (gedroogde uitwerpsels zijn hun belangrijkste brandstof in dit boomloos gebied) en transport levert. Met hun trage maar zekere pas kan een yakkaravaan de hoogste besneeuwde passen, die het Dolpo-gebied als het ware bewaken, oversteken. In de herfst ontmoet men de met zout beladen Dolpo mensen die afdalen naar lagere gebieden waar zij tijdens de winter hun waren verhandelen. In de lente gaan ze dan weer op stap naar hun hoger gelegen dorpen.

 

Het hogere Dolpogebied dat nu werd geopend voor het toerisme is dicht bebost met coniferen en en wilde rivieren doorkruisen het gebied. Het hoger gelegen Dolpogebied is een uitloper van het Tibetaans plateau en biedt dezelfde, winderige, onherbergzame en barre open plaatsen. De bewoners zijn Boeddhisten of Bonvolgelingen, de oude animistische godsdienst van Tibet. Begonnen in de 8ste eeuw, heeft het Boeddhisme langzaam de Bonreligie vervangen. Alleen in enkele ge•soleerde plaatsen in dit Dolpo bleef deze godsdienst bewaard.

 

De Bon-rituelen en symbolen werden meer en meer be•nvloed door het Boeddhisme zodat het moeilijker en moeilijker wordt om deze uit mekaar te halen.Tot in de vijftiger jaren was Dolpo onbekend in het westen. Het is in die periode dat de Tibettologen David Snellgrove en Guiseppe Tucci hier een reis maakten. Het grootste gedeelte van Dolpo ligt in het 3.555 vierkante kilometers SHEY-PHOKSUNDO nationaal park, Nepal's grootste natuurreservaat. Men vindt er het blauwe schaap, de zwarte Himalayabeer, de luipaard, de wolf en het sneeuwluipaard.

 

 

De vertrek- en retourdatum kan je zelf bepalen daarna maken we een offerte rekening houdend met de duur van de tocht en het aantal deelnemers.

 

 

Moeilijkheidsgraad: zie info moeilijkheidsgraad

 

 

 

Vliegtuigmaatschappijen: Qatar Airways, Ethiat Airways en Turkish Airways

 

Kaart

 

 

 

 

DAG TOT DAG BESCHRIJVING

 

HEENREIS

 

Voor sommige tochten zijn er meerdere vertrekdata voorzien, hierdoor kan het zijn dat de reizigers voor of na de trekking enkele dagen in Kathmandu verblijven. Deze tijd kunnen ze nuttig gebruiken om een bezoek te brengen aan de bezienswaardigheden van de Kathmanduvallei. De dag tot dag beschrijving omvat dus alleen de trekking.

 

DAG 01 - Vlucht Kathmandu (1.400m) - Nepalgunj

 

Een spectaculaire vlucht brengt ons naar de landingspiste van Nepalgunj, een groezelig en broeierig stadje in het Tarai-gebied. De tijd die overblijft kunnen we gebruiken om een bezoek te brengen aan het stadje.We overnachten in een klein hotel.

 

DAG 02 - Nepalgunj - Juphal - Dunai (2.150m)

 

Een Russische helicopter vliegt ons naar de landingspiste van Jufhal. Korte tocht naar Dunai, de districthoofdplaats van Dolpo. Dit dorp is in volle ontwikkeling, door de toename van het toerisme wordt er veel gebouwd. Her en der rijzen er "lodges" (kleine hotels) uit de grond. Men is er ook bezig met de bouw van een, voor dit afgelegen gebied, groot hospitaal. Over de rivier heeft men een moderne brug gebouwd maar deze ligt even uit de normale route die de mensen gewoon waren te gebruiken. Ze prefereren dan maar de oude, gammele en instortensklare brug te gebruiken. De heuvelflanken in de omgeving van Dunai zijn volledig ontbost door de bevolking en hebben het landschap in een dorre woestijn herschapen.Onze bivakplaats bevindt zich in de nabijheid van een militair kamp. We overnachten in tenten.

 

DAG 03 - Dunai (2.150m) - controlepost Tarakot (2.450m)

 

Na de korte etappe van gisteren gaat het nu langzaam stroomopwaarts langs de Bheri rivier richting Tarakot (2.750 m). Het dorp bestaat uit een 25-tal stenen huizen met platte daken die omringd zijn door gebedsvlaggen. Dit relatief groot dorp is de hoofdplaats van het Tichurong district. Het is strategisch gelegen aan de kruising van de wegen naar Dorapatan, Dhaulagiri(Barbung) en Tarap. De inwoners zijn Magars die volledig " getibetiseerd" zijn. Zij spreken Tibetaans, en beleiden dezelfde godsdienst. Erger nog, ze beschouwen zichzelf als behorende tot een hogere kaste als de echte Tibetanen uit het noorden. Hun voedel voorraden bestaan uit boekwijt, gerst en aardappelen. De welstellenden bezitten daarbij nog tarwe en rijst komende uit Gotaw en ranzige boter komende uit binnen-Dolpo. Tijdens onze tocht langs de rivier kan men op de rotsflanken aan de overzijde soms apen opmerken die als echte akrobaten van de ene tak naar de andere vliegen. Op sommige plaatsen moet men attent zijn op neerstortende stenen. We overnachten in tenten.

 

DAG 04 - Tarakot (2.450m) - Tarap Khola kamp 1 (3.350m)

 

Voor we Tarakot verlaten, moeten we onze "trekking permits" laten kontroleren door de plaatselijke politie. We vertrekken nu in oost-, noordoostelijke richting en gaan weer stroomopwaarts langs de spectaculaire canyon van de Tarap Chu. (Chu = rivier) Het woord "TARAP" zou volgens de informatie opgevangen door wetenschappers, sinds mensenheugenis betekenen: "vallei waar men uitstekende paarden fokt". Ook in KANIGAON is weer een militaire kontrolepost. We overnachten in tenten bij een verbreding van de vallei.

 

DAG 05 - Tarap Khola kamp 1 (3.350m) - Tarap Khola kamp 2 (3.650m)

 

Langs de wegen komt men regelmatig "manimuren" en "mendons" tegen. Deze muren en steenhopen werden opgebouwd door met gebeden gesculpteerde stenen. Mensen die reeds vroeger door de Himalaya trokken, hebben zeker gemerkt dat de Nepalezen deze heiligdommen altijd langs links voorbijgaan. Volg hun voorbeeld anders hangt U de vloek der goden boven het hoofd. Bijgeloof misschien ! ! ! maar men weet nooit met die goden. Nu is het wel even opletten in het Dolpogebied: het is namelijk zo dat sommige mensen belijders zijn van de Bšn- po godsdienst. Waar de Boeddhisten altijd kloksgewijs rond hun heiligdom lopen is het bij de Bšn aanhangers juist omgekeerd. Om het verschil te kennen tussen een Bšn-po of een Boeddhistisch heiligdom hoeft men maar te kijken naar de draaizin van de swastika. Bij de Boeddhisten draaien de armen kloksgewijs, bij de Bšn-po omgekeerd. We overnachten in tenten nabij een grot.

 

DAG 06 - Tarap Khola kamp 2 (3.650m) - Dho (4.100m)

 

EŽn van de hoogtepunten van deze trekking is zeker deze wandeling door het Tarapdal, met zijn Tibetaanse cultuur, vele kloosters en erg vriendelijke bevolking. Soms zou men zich in Tibet wanen. Van de vier Dolpovalleien vertegenwoordigt de Tarapvallei, door zijn geografische ligging, een scharnierpunt tussen het Tibetaans hoogplateau en de middenhoge Nepalese valleien. De naakte bergtoppen hebben een okerroze kleur. De natuur en het terrein maken het wandelen makkelijk. Langs de boorden van de bergrivier, de Tarap - Chu, verrijzen de voor de landbouw aangelegde terrassen. Dorpen zoals Lang, Do en Tokyo werden ook in terrasvorm gebouwd. De huizen, zonder fundering maar met dikke muren en een brede basis, tellen twee verdiepingen,. Als bouwmateriaal werd uiteraard beroep gedaan op dikke rivierkeien en klei. Het gelijkvloers dient, zoals o.a. bij de Sherpa's, als veestal. Het eerste verdiep is ingericht als woonruimte. We overnachten in tenten nabij de Guru Gompa, gelegen boven ons kamp.

 

DAG 07 - Dho (4.100m) - Shering Gompa (4.400m)

 

We trekken verder door de belangrijkste vallei van het Tarapgebied. We kruisen verschillende kleine dorpen en kloosters zoals Kakar Gompa, Kaite, Jaglung Gompa om uiteindelijk bij Shering Gompa aan te komen. De ganse trip duurt normaal maar 4 uur maar we zullen veel tijd gebruiken om deze prachtige vallei te bezoeken. We overnachten v˜˜r de Shering Gompa die de ganse vallei beheerst.

 

DAG 08 - Shering Gompa (4.400m) - Khyung La (5.160m) - Lagmo Che kamp (4.900m)

 

We stijgen via een woeste en dorre vallei tot de Khyung La (La=berpas). De pas is veelal besneeuwd. Via de noordflank dalen we af naar ons 200m lager gelegen kamp Lagmo Che. We overnachten in tenten

 

DAG 09/10 - Lagmo Che kamp (4.900m) - tussenkamp - Saldang (3.920m)

 

Twee dagen zijn nodig om de afstand tussen onze kampplaats en Saldang te overbruggen. De zullen onderweg een tussenkamp oprichten. De weg van Lagmo Che naar Saldang is geflankeerd door vele "manimuren" ook wel gebedsmuren genoemd. En alsof dit nog niet genoeg was hebben de gelovigen kubusvormige kolommen gebouwd bezet met van inscripties voorziene platte stenen. Saldang ligt op een bomenloze Tibetaanse hoogvlakte. Het dorp ligt verspreid over een helling die langs de wanden van de Nam-Khong Vallei afloopt naar de rivier. De huizen zijn van eenzelfde woestijnachtig grijsbruin als het landschap waar ze uit oprijzen. Droogte en erosie hebben een bodem achtergelaten van ingeklonken stof, niettemin zijn er in de hellingen terrassen gebouwd voor wat schamele aanplantingen. Deze worden bevloeid door de smeltende sneeuw in de lente en zomer. Het smeltwater houdt ook de berken en wilgen in leven die bij de huizen zijn geplant. Anderzijds worden deze bomen door stenen muren beschermd tegen het uitgehongerde vee. Indien we onderweg geen vertraging hebben opgelopen zullen hier een dag uitblazen. Overnachting in tenten

 

DAG 11 - Saldang (3.920m)

 

Rustdag, maar zij die willen kunnen de omgeving van Saldang verkennen. Overnachting in tenten

 

DAG 12/13 - Saldang (3.920m) - Tussenkamp - Samling (4.100m)

 

We klimmen verderop naar Karang. Het dorp bestaat uit een twintigtal huizen, genesteld in een hoger gelegen aangename vallei naast een rivier. In oostelijke richting mondt deze rivier uit in de Nangung khola die zelf een zestal kilometers te noorden van Saldang loopt. In het westen stijgt de vallei naar de 6.000m hoge bergketen. Hierachter liggen de nederzettingen Phijor, Samling, Tra en Shey. Het klooster van Karang ligt op het lager gedeelte van het dorp en wordt voorafgegaan door een aantal chorten. In de heuvels, een 100 tal meter boven en te noorden van het dorp, vinden we nog twee kloosters. Palding is het hoogstgelegen en behoord tot de Sakya-pa sekte. Het is omringd door een aantal huizen. Het lagergelegen behoord tot de Nyingma-Pa sekte. We verlaten Karang en stijgen langzaam door de westelijke vallei. Het wordt een moeilijke tocht over een te duchten pas naar Samling en Pijor. Het mosgras van de hoge vallei gaat stilaan over in een wildernis van zwarte klippen, puinsteen en sneeuw. In het westen wordt ons zicht belemmerd door de toppen van de Sisne Himal. Ten zuiden van de pas ligt een gemakkelijk beklimbare top die op de beroemde kaarten van "Survey of India" aangeduid is als een top van 21.125 voet. Dit is de Muk-po of "purperen berg". Deze berg domineert PijorR en Samling en is de woonplaats van een berggod. Misschien lopen we een Sneeuwluipaard of Panthera uncia tegen het lijf, wees niet bevreesd sedert mensenheugenis is er geen enkel geval gekend waarbij een sneeuwluipaard een mens aanviel. Overnachting in tenten

 

DAG 14/15 - Samling (4.100m) - tussenkamp - Shey (4.200m)

 

Twee dagen stappeneen zijn nodig om het Mekka van Dolpo, Shey, te bereiken. Het Boeddhistisch klooster van Shey behoort tot de Kagya-Pa sekte, en werd gebouwd in de 11de eeuw. De sekte werd gesticht door de grote Lama Marpa, de "vertaler" die drie reizen naar India maakte om te studeren bij een beroemde meester die Naropa heette. Het klooster van Shey is gelegen op de rechteroever van de Sibu Khola (khola = rivier) en bij de samenvloei•nng met een andere rivier waarvan de naam ons onbekend is. Het kristal klooster werd genoemd naar de tegenoverliggende berg, die verrijst boven de pas, pas die we zullen nemen om door te steken naar het Phoksundomeer. Het is een indrukwekkende verzameling van rood geschilderde gebouwen omringd door gebedsmuren en chorten. Er staan vijf huizen vlakbij de tempel en nog eens drie andere een vierhonderd meter stroomafwaarts. Overnachting in tenten

 

DAG 16 - Shey (4.200m)

 

Rustdag waar we van gebruik maken om de omgeving te verkennen.

 

DAG 17/18 - Shey (4.200m) - Kamp na Kang La - Ringmo (3.610m)

 

Tocht over de moeilijkste en hoogste pas van het dolpogebied. De Kang la meet 5.270m. Sneeuw en ijs kunnen er voor zorgen dat deze col een zware klus wordt. Na de pas dalen we langzaam af in de vallei van het prachtige Poksundo meer (3.600m) met zijn onwaarschijnlijk donkerblauwe kleur. Het meer is 5 Km lang, 800m breed en naar zeggen even diep.In en rond het meer is geen dierlijk leven. Geen visje, niets. De hoogte en bijgevolg de koude spelen hier zeker een rol. We bivakkeren aan de boorden van het meer.

 

DAG 19 - Ringmo (3.610m)

 

Na de toch zeer zware voorbije dagen nemen we vandaag een rustdag. Tijdens deze rustpauze kunnen we een bezoek brengen aan het nabijgelegen Bšn Po klooster

 

DAG 20 - Ringmo (3.610m) - Sepka (2.650m

 

We dalen naar de nederzetting Palam (3.250m), gehucht dat dient als winterverblijfplaats voor de inwoners van Ringmo. We volgen nu de Suli Gad rivier die we oversteken via een houten brug. We zijn nu al gedaald 3.050m. Het gaat nu op en neer door een smalle vallei en we volgen nog altijd de rivier. De tenten worden opgeslagen in het kleine gehucht Chepka.

 

DAG 21 - Sepka (2.650m) - Duna (2.150m) - Luchthaven Juphal (2.550m)

 

Na enkele uren stappen komen we in het dorpje Rohagaon, een zeer mooi dorp gebouwd in de rotswanden. Na het dorp wordt de vallei breder en in de verte volgen ons nog altijd de pieken van het Kanjirobamassief. Het gaat verder bergafwaarts richting Duna•. We steken de brug over en na een korte rustpauze trekken we verder naar de landingspiste van Juphal. De laatste avond met onze Sherpa's en dragers zal uitbundig gevierd worden.

 

DAG 22 - Juphal (2.550m) - Nepalgunj - Kathmandu (1.400m)

 

Vlucht naar Nepagunj. Waarschijnlijk vliegen we vandaag nog door naar Kathmandu, maar gezien weersomstandigheden deze bergvluchten kunnen bemoeilijken, nemen we het zekere voor het onzekere en voorzien we een reservedag.